In Mijn Zorgtransitie werkt Zuyderland samen met keten aan goede paramedische zorg op de juiste plek

Nieuws

Hoe organiseren we de samenwerking met de fysiotherapienetwerken in de regio? Het antwoord van Zuyderland op deze vraag mondde vorig jaar maart uit in de oprichting van Mijn Zorgtransitie: een stichting met als doel verbetering van de beweegzorg in de oostelijke en westelijke mijnstreek via naadloze samenwerking in de zorgketen. Doel van de stichting is aan patiënten de best mogelijke beweegzorg aan te bieden in hun vertrouwde leefomgeving. Linda Thiecke van Mijn Zorgtransitie: “Wat goed is voor de patiënt kan hand in hand gaan met het drukken van de zorgkosten.”  

Linda Thiecke maakte de overstap van ergotherapeut naar management en is nu afdelingshoofd fysiotherapie bij Zuyderland. Ze vormt met 4 anderen het bestuur van Mijn Zorgtransitie (MZt). “Alle zorgverleners worstelen met de opdracht om de beste zorg op de juiste plek te organiseren. Maar hoe doen we dat nu? Hoe bundelen we de krachten met ketenpartners? MZt is opgezet om de eerste lijn en tweede lijn op een goede manier met elkaar in verbinding te brengen. Dat moet leiden tot kwalitatief goede zorg op de juiste plek en tot kostenvermindering. Daarvoor heb je verbinding nodig die verder gaat dan een eenzijdige overdracht, waarin we de patiënt door die keten heen schuiven van het ene naar het andere station: ‘en nu is die voor jou’”. 

Winst te behalen 

“Mijn voorgangers – ik zit nog niet zo lang in deze functie – vroegen de bestuurders van de 3 netwerken fysiotherapie aan tafel vanuit de Zuyderland-visie: Zorg zo thuis mogelijk. We willen zorg op de juiste plek bieden en daarmee ook een integrale keten rondom de patiënt organiseren. Waar nu sommige artsen en zorgverleners graag vasthouden aan ziekenhuiszorg vanwege kortere lijnen en expertise in eigen huis, staan wij als MZt voor het bieden van goede zorg in de keten. Er zijn wel eens sceptische geluiden: ‘gaan we nu onze concurrent binnenhalen?’. Maar inmiddels is wel duidelijk dat er winst te behalen valt in samenwerking tussen de lijnen, vooral voor de patiënten. Iedereen ziet wel dat het anders moet: betere ketenzorg, kwalitatief goede beweegzorg, en tegen lagere kosten.  
 
We zijn met MZt op de goede weg, want 80% van de fysiotherapiepraktijken uit de 3 zorgnetwerken in onze regio zijn nu aangesloten, daar zijn we wel trots op! Het betekent dat veel therapeuten in ons netwerk in dit verhaal geloven. En we willen het breder gaan uitrollen naar de hele paramedische zorg. De ketenafspraken met de fysiotherapeuten zijn pas het begin; zij hebben in dat zorglandschap een hogere organisatiegraad dan de andere disciplines. Het is onze ambitie om ook met diëtisten, logopedisten en ergotherapeuten deze verbinding te maken.” 

Hamvraag: hoe werk je samen? 

De urgentie van samenwerking is meer dan duidelijk, zegt Thiecke. “Zie ook het Integraal Zorgakkoord. Maar de hamvraag is: hoe? Paramedici staan vaak niet als eerste in het vizier, terwijl juist onze behandeling vaak verder gaat in de keten. Een mooie uitdaging dus om deze ketenzorg te verbeteren.” De ketensamenwerking krijgt praktisch vorm in werkgroepen. Daarin wordt onder andere gekeken naar wat nodig is aan scholing om te voldoen aan beschreven kwaliteitsnormen. Op dit moment zijn er 3 werkgroepen: orthopedie (knie/heup), NAH en PWB (permissive weight bearing), met afvaardigingen uit alle partijen: de regionale fysiotherapienetwerken, tweedelijnsfysiotherapeuten en een specialist, PA of VS, van de betrokken vakgroep. De werkgroepen maken een projectplan met afspraken over doelen, een uniform behandelprotocol, communicatielijnen, scholingseisen en KPI’s. Thiecke: “Het mooie is dat bij ons de medisch specialisten zijn aangehaakt. Met als doel het beste herstel voor de patiënt, praat ook bijvoorbeeld de orthopeed mee. Nu niet alleen wij als afdeling maar ook de specialisten en de 1e lijn aan tafel zitten, komt die keten echt tot leven. Zo komen we tot wederzijdse afstemming, doorverwijzing naar de juiste plek en een betere overdracht. Tussen de tweede en eerste lijn en vice versa én tussen eerstelijnspraktijken met verschillende werkvelden.” 

Lees het volledige bericht op Zorg voor JuMP