CMIO Peter den Hollander: “Eenheid van Taal cruciaal voor betere zorg én minder registratielast”
Échte eenheid van taal met bijbehorende standaardisatie gaat in de komende jaren het verschil maken in de zorg. Dat is de overtuiging en belangrijkste boodschap van Peter den Hollander. Hij is orthopedisch chirurg, Chief Medical Information Officer (CMIO) in het Haaglanden Medisch Centrum en met ingang van maart bestuursvoorzitter van CMIO NL. Tijdens een masterclass voor bestuurders sprak hij over het belang van Eenheid van Taal voor kwaliteitsregistraties.
Eenheid van Taal is de afspraak dat de zorg overal dezelfde medische begrippen en codes gebruikt, zodat gegevens begrijpelijk, uitwisselbaar, herbruikbaar en betrouwbaar zijn voor betere zorg, minder fouten en minder gedoe en administratieve last. De taal die daarvoor in Nederland gekozen is, is het medisch codestelsel SNOMED. De Diagnosethesaurus en de Verrichtingenthesaurus zijn voor zorgverleners bruikbare ‘vertalingen’ van SNOMED.
Data niet op de goede plek
Eenheid van taal is volgens Den Hollander niet alleen belangrijk voor kwaliteitsregistraties en gegevensuitwisseling maar vooral ook voor goede zorg aan patiënten én voor het terugdringen van registratielast. Hij benadrukt dat er geen sprake is van onwil bij zorgverleners. “We vinden kwaliteitsregistraties heel belangrijk, maar we kunnen niet aan dokters blijven vragen om extra codes in te voeren. De data zijn er al – ze staan alleen niet op het goede plekje, niet gestructureerd en niet gecodeerd,” legt hij uit.
Omdat EPD’s te weinig ondersteuning bieden bij het vastleggen van gestructureerde gegevens, komt veel informatie terecht in vrije tekst: de vakjes waarin zorgverleners zelf tekst kunnen tikken, in plaats van de juiste keuze aan te vinken op de plek die daarvoor bedoeld is. Als vrije tekst kunnen deze gegevens niet automatisch worden herkend of hergebruikt. Dat belemmert zowel primaire zorg als secundaire toepassingen, zoals kwaliteitsregistraties.
Eén landelijke standaard
De Basisgegevensset Zorg (BGZ) en zorginformatiebouwstenen (ZIB’s) vormen de fundamenten van uniforme gegevensuitwisseling. Toch functioneren ze nog niet goed in de praktijk. “We hebben al veel stappen gezet, maar uiteindelijk is er nog geen Eenheid van Taal,” zegt Den Hollander. Zo werken ziekenhuizen voor hun statistische informatie met ICD10 en huisartsen met ICPC – systemen die niet vanzelf op elkaar aansluiten.
Volgens Den Hollander biedt SNOMED hier de oplossing: één landelijke en cross-sectorale standaard die diagnoses, verrichtingen en contextinformatie uniform vastlegt. “Zonder SNOMED kunnen we niet automatisch ontdubbelen, geen goede koppelingen maken en blijft alles handwerk,” benadrukt hij.
Onacceptabel
In zijn presentatie laat Den Hollander zien hoe de voorgeschiedenis van een patiënt er nu vaak uitziet: een lange lijst met afkortingen, dubbelingen, DBC’s, losse verrichtingen en vrije tekst. “Je ziet geen verbanden, geen ordening, en je weet niet wat gecodeerd is. En als je dit doorstuurt naar de huisarts, verlies je alle codering,” legt hij uit.
Bij uitwisseling tussen instellingen leidt dit tot nóg meer dubbelingen. Handmatig opschonen per consult is daardoor eerder regel dan uitzondering. “Dat is echt onacceptabel.”
Gestructureerd, gekoppeld en filterbaar
Den Hollander schetst hoe zijn ideale wereld eruitziet. Dan zijn diagnoses en verrichtingen altijd ‘onder de motorkap’ van het EPD gecodeerd en worden ze overzichtelijk weergegeven. EPD’s herkennen bestaande problemen en koppelen daar automatisch nieuwe data aan. Systemen ontdubbelen informatie bij ontvangst en zorgverleners kunnen relaties leggen tussen diagnoses, verrichtingen, complicaties en medicatie. Extra specificaties kunnen worden toegevoegd, maar blijven gekoppeld aan één gecodeerde diagnose en uitgebreide filtermogelijkheden geven overzicht per specialisme of per zorgvraag.
Dat is volgens hem essentieel voor zowel primaire zorg als secundaire toepassingen. “Dit zou ons enorm helpen. Maar dan moet het EPD wel zo gebruiksvriendelijk worden dat ik mijn collega’s niet hoef uit te leggen hoe SNOMED werkt.”
Landelijke regie noodzakelijk
Eenheid van Taal implementeren kan volgens Den Hollander niet lokaal of regionaal. “Het moet landelijk geregeld worden. Cross-sectoraal, zodat alle systemen dezelfde taal spreken.” Ook wetenschappelijke verenigingen hebben een rol: zij moeten de Diagnose- en Verrichtingenthesauri opschonen en actualiseren, waarbij de juiste SNOMED-codes aan begrippen worden gekoppeld. Den Hollander benadrukt dat hiervoor een uitvoeringsinstantie, een programma en structurele financiering nodig zijn. Het implementatieplan ligt bij VWS, maar uitvoering blijft achter.
Zonder basis werkt niets
De urgentie is volgens Den Hollander groot: “Ons primaire systeem is nog niet op orde, laat staan dat we deze primaire data kunnen inzetten voor secundair gebruik zoals kwaliteitsregistraties. Zonder Eenheid van Taal gaat gegevensuitwisseling niet goed werken. En dat heeft gevolgen. Als de registratie niet op orde is, gaat de Europese EHDS-wet niet werken, komt CumuluZ niet van de grond, houden zorgverleners extreem veel handmatig werk en gaan we databeschikbaarheid niet bereiken. Dit is echt één van de meest basale stappen. Daarom moeten we Eenheid van Taal en SNOMED zo snel mogelijk implementeren.”