Samenwerking in de regio is sinds IZA duidelijk verbeterd
De samenwerking in de regio tussen ketenpartners in zorg en sociaal domein is sinds de IZA-afspraken verbeterd, zo geven ziekenhuizen en revalidatiecentra aan. Vaak zijn er meer partijen betrokken (65%) en is de samenwerking nauwer (41%). Gemiddeld waarderen de zorgorganisaties de samenwerking met een 7,2, terwijl 40% zelfs een 8 of hoger geeft. Dat blijkt uit de Monitor Regionale samenwerking, een onderzoek onder NVZ-leden dat deze zomer plaatsvond. Aan het onderzoek deden 55 algemene ziekenhuizen mee, 8 categorale instellingen en 5 revalidatiecentra.
Thema’s
De belangrijkste thema’s waar de regionale samenwerkingsverbanden zich mee bezighouden zijn digitalisering, passende zorg voor kwetsbare ouderen, patiënten met een acute zorgvraag en patiënten met één of meer chronische aandoeningen, en arbeidsmarkt. Ook mentale gezondheid, en leefstijl en preventie scoren hoog. Binnen regionale samenwerkingsverbanden is ook veel aandacht voor toekomstbestendige zorginfrastructuur. Denk aan concentratie en spreiding van medisch-specialistische zorg, de bouw en herprofilering van ziekenhuizen en duurzaamheid en innovatie in zorgprocessen. Ook wordt er samengewerkt binnen de coördinatie van zorg en doorstroom in de keten. Dat gebeurt bijvoorbeeld met de inzet van regionaal, integraal capaciteitsmanagement, één digitale voordeur voor verwijzingen, transferpunten en ‘wachtersafdelingen’.
Succesfactoren en belemmeringen
Goede onderlinge verhoudingen en communicatie, de kracht van bestaande netwerken en continuïteit zijn volgens de respondenten belangrijke positieve factoren bij de samenwerking. Ook een gezamenlijke visie en ambitie en een goede structuur en ondersteuning helpen daarbij.
De complexiteit die de samenwerking met veel partijen met zich meebrengt, kan juist belemmerend werken. Dit gaat vaak gepaard met een gebrek aan slagkracht, besluitvorming, focus en regie, en wisselende en versnipperde belangen. Dit staat de kwaliteit van de samenwerking soms in de weg.
Deelnemers
Regionale samenwerkingsverbanden bestaan vooral uit ziekenhuizen, huisartsen, VVT- en GGZ-instellingen, organisaties in het sociaal domein, gemeenten en zorgverzekeraars. Minder vaak doen revalidatiecentra en paramedische praktijken mee. Ook categorale ziekenhuizen zijn minder vaak betrokken; de meesten hebben een bovenregionale functie. Andere partijen die als deelnemers worden genoemd zijn de GGD, apothekers, de thuiszorg, gehandicaptenzorg, jeugdzorg en RSO’s. Soms maken ook scholen, werkgevers en woningcorporaties deel uit van het samenwerkingsverband. Opvallend is dat patiënten nog lang niet overal zijn vertegenwoordigd.
Juridische status
Van de samenwerkingsverbanden die deelnamen aan het onderzoek, heeft 78% geen juridische entiteit. Ze functioneren als netwerkverband, coalitie of informeel samenwerkingsverband. Deze samenwerkingsverbanden zien geen meerwaarde in een formeel juridische status. De focus ligt op het opbouwen van het netwerk. De samenwerking functioneert goed op basis van vertrouwen, een formele structuur zou belemmerend kunnen werken op dit vertrouwen en op de flexibiliteit in deze fase.
Een kleine minderheid van de netwerken heeft wél gekozen voor een juridische entiteit. Redenen om de samenwerking wel te formaliseren zijn het versterken van de bestuurlijke regie, het formaliseren van afspraken over middelen en verantwoordelijkheden, en het verduurzamen van de samenwerking.
Governance
Er wordt door de respondenten niet één model genoemd voor de bestuurlijke inrichting van de regionale samenwerkingsverbanden. Regio’s gaan hier verschillend mee om. Toch zijn er wel duidelijke structuren te herkennen. De governance is meestal gericht op het netwerk en is domeinoverstijgend. In veel gevallen is er sprake van een bestuurlijke regiegroep, -raad of -tafel voor besluitvorming. Daaronder functioneren thematische coalities, actielijnen of werkgroepen die zich met de uitvoering bezighouden. Ondersteuning en coördinatie komt van een programmateam of programmabureau. De samenwerking is doorgaans niet hiërarchisch en het voorzitterschap rouleert, of is onafhankelijk.
Ziekenhuizen participeren op bestuurlijk niveau in de regiegroep, -raad of -tafel. Daarnaast zijn ze vaak kartrekker of voorzitter van één van de uitvoerende onderdelen. Ziekenhuizen spelen daarnaast soms de rol van penvoerder en ‘kassier’ van de transformatiegelden.
- Bekijk ook de overzichtelijke infographic over de Monitor Regionale samenwerking.