MedZO in de praktijk: Wat als het looplab niet het hele verhaal vertelt?

Nieuws

MedZO in de praktijk

Hoe iemand na een beroerte in een bewegingslab loopt, kan verschillen van hoe diegene zich in het dagelijks leven beweegt. Onderzoekers van Roessingh, Centrum voor Revalidatie, onderzoeken of kleine, draagbare sensoren een completer beeld kunnen geven. Met als doel om behandelkeuzes  te maken die beter aansluiten op de dagelijkse praktijk.

In een bewegingslab kunnen onderzoekers heel nauwkeurig meten hoe iemand loopt. Maar buiten het lab draait iemand zich om, stopt voor een deur of loopt over een ongelijke ondergrond. Wat vertellen die bewegingen over het herstel na een beroerte?

“Tegelijkertijd weten we ook dat zo’n laboratorium een kunstmatige omgeving is”, vertelt Erik Prinsen, hoofd Onderzoek & Innovatie bij Roessingh. “Mensen weten dat ze worden geobserveerd en gaan vaak net iets anders lopen dan thuis.”

Meer inzicht met kleine sensoren

Binnen het MedZO-project SMART onderzoekt Roessingh of draagbare sensoren het looppatroon betrouwbaar kunnen meten buiten het bewegingslab. Bijvoorbeeld tijdens therapie of op de revalidatieafdeling en uiteindelijk mogelijk ook thuis. Die metingen kunnen zorgprofessionals meer inzicht geven in hoe patiënten bewegen en hoe hun herstel verloopt.

Prinsen werkt hierbij samen met onder andere bewegingswetenschapper en programmamanager Corien Nikamp en fysiotherapeut en promovendus Ruth Huurneman. Ook patiënten en zorgprofessionals denken mee over welke informatie helpt om herstel beter te begrijpen en behandelingen af te stemmen.

Wat heeft de revalidatiepraktijk nodig?

De onderzoekers toetsen hoe betrouwbaar de sensoren zijn en welke aanvullende informatie ze opleveren. Daarbij staat steeds de vraag centraal: hoe kan die informatie waarde toevoegen voor patiënten en behandelaars?

Weten hoe Roessingh werkt aan meer inzicht in het lopen na een beroerte?

Lees meer over