Main content

“Digitale zorg is geen doel, maar een middel

Aan het woord

In de digitaliseringsambitie van het St Antonius Ziekenhuis speelt de regio een belangrijke rol. En omdat het ziekenhuis onderdeel is van het samenwerkingsverband Santeon, reiken de ambities verder dan de regio alleen. 

Voor Zilveren Kruis een interessant perspectief. Beide partijen begrijpen dat ze de ambitie samen moeten vormgeven, en dat dit proces complex is en tijd vergt. Dat blijkt als Dirk de Kruif, lid van de raad van bestuur van het St Antonius Ziekenhuis en Georgette Fijneman, directievoorzitter van Zilveren Kruis, in gesprek gaan over digitalisering in de zorg. Dit artikel is het laatste in een serie van 3 interviews tussen een ziekenhuisbestuurder en een zorgverzekeraar.

Georgette Fijneman en Dirk de Kruif
Foto Georgette Fijneman: Paul Tolenaar
Foto Dirk de Kruif: St Antonius Ziekenhuis

Digitalisering als toekomstperspectief

Digitalisering beslaat voor zowel Zilveren Kruis als het St Antonius Ziekenhuis een belangrijke plaats in het toekomstperspectief. Voor Zilveren Kruis is het al 3 jaar een speerpunt in haar strategie, vertelt directievoorzitter Georgette Fijneman: “We gebruiken hierbij de term ‘Zorg veilig thuis’ om aan te geven dat het onze wens is dat de zorg waar mogelijk dichter bij huis geleverd kan worden. We zien dat onze klanten dat fijn vinden.”

Meer mogelijkheden voor digitalisering

“Bovendien”, gaat Fijneman verder, “is het 1 van de mogelijke oplossingen voor de stijgende kosten van de zorg en het personeelstekort. Nu, 3 jaar verder, zien we dat die ambitie noodzaak is geworden. Je kunt niet alles meer met mensen oplossen. Bovendien nemen de mogelijkheden voor digitalisering toe. 3 jaar geleden zagen we bijvoorbeeld kleine oplossingen voor de hartzorg. Nu zien we steeds meer transitie van het hele zorgpad rondom een patiënt. Niet meer een oplossing voor een beperkt onderdeel van de zorg dus, maar voor een optimale combinatie van digitale en fysieke zorg.”

Digitaliseringsambities

Zilveren Kruis heeft inmiddels veel geïnvesteerd in mensen om als zorgverzekeraar een goed gesprek te kunnen voeren met de zorgaanbieder over de vraag welke digitaliseringambities die heeft. Wat kun je slimmer doen? Wat werkt? Hoe maak je contractafspraken met ICT-leveranciers om te voorkomen dat geld de zorg uit vloeit? 

Digitale zorg geen doel, maar middel

Herkenbare vragen voor Dirk de Kruif, lid raad van bestuur van het St Antonius Ziekenhuis in Utrecht en Nieuwegein. “Belangrijke kanttekening hierbij: digitale zorg is geen doel, maar een middel om te zorgen dat zorg toegankelijk en van verantwoorde kwaliteit blijft”, zegt hij. “En bedoeld om tegemoet te komen aan de wens van de patiënt. Vandaar de aandacht voor digitalisering in ons meerjarenbeleidsplan 2020-2024. Sinds 2 jaar draaien wij het programma Juiste zorg, Juiste plaats, Juiste kosten. Zilveren Kruis participeert actief in dit programma.”

Andere inrichting van zorg

Voor sommigen in eerste instantie wennen, geeft De Kruif toe, maar inmiddels zijn wel al meer dan 180 initiatieven tot stand gekomen. “Het doel van de eerste fase was in volle breedte van het ziekenhuis de creativiteit op te wekken om na te denken over andere inrichting van de zorg”, vertelt hij. “Zorgen dat minder patiënten naar het ziekenhuis komen. Dat voelt contrair aan je financieringsmodel als ziekenhuis natuurlijk. Zeker in een ziekenhuis als het onze, waar 80% van de medisch specialisten niet in loondienst is. Toch zit er veel energie op. Nu zijn we in de fase gekomen dat we moeten opschalen om de doelstellingen te bereiken en gerichte investeringen te kunnen doen, ook in samenwerking met huisartsen.” 

Antonius Thuis

Die laatste opmerking is belangrijk, want 60 van die ruim 180 initiatieven gaan over zorg thuis. “Die 60 initiatieven zijn inmiddels geclusterd onder de noemer Antonius Thuis”, vertelt De Kruif. “En we kijken ook binnen Santeon naar mogelijkheden om vanuit onze samenwerking flinke stappen te zetten op dit gebied. Met 7 ziekenhuizen kun je meer beweging maken dan alleen.”

Best practices inbrengen

Welke rol zou de zorgverzekeraar daarbij kunnen spelen? “Iets waarmee Zilveren Kruis ons erg kan helpen is meedenken en best practices inbrengen. Zilveren Kruis komt op meer plekken dan wij en kan dus kennis aanreiken die ons op een andere manier niet bereikt. Een ander punt is natuurlijk co-financiering, bijvoorbeeld in de vorm van transformatiegelden. Wat ook zou helpen is als de zorgverzekeraars de geledingen gesloten houden. We staan in de zorg allemaal voor dezelfde transformatie-opgave, waarin digitalisering een duidelijke plek inneemt. Concurrentie en profilering tussen zorgverzekeraars is op dit punt daarom contraproductief. Ik roep de zorgverzekeraars op als mede-regisseurs van die transformatie daarin te helpen door gezamenlijk richting te geven aan dit proces. Niet allemaal andere lijstjes, andere kpi’s vragen.”

Regio’s in kaart brengen

Die oproep is niet aan dovemansoren gericht, blijkt uit de reactie van Fijneman. Ze vertelt: “Als zorgverzekeraars hebben we de regio’s in kaart gebracht en bepaald wie waar als eerste partij aanspreekbaar is. Om te voorkomen dat wij de ene dag zeggen: je moet linksaf gaan, en een andere zorgverzekeraar de volgende dag zegt: je moet rechtsaf. Want dat is voor een ziekenhuis niet te doen.”

Weg van traditionele inkoop

Maar ze plaatst ook een nuancering. “Onze transformatiegelden zijn niet bedoeld als: de zorgverzekeraar geeft gewoon geld”, zegt ze. “Het mooie ervan is dat we hiermee weggaan van de traditionele inkoop, waarin je jaarlijks afspraken maakt over de verwachte behandelingen en de prijs. Om transformatiegelden toe te kennen moet je het eerst samen eens zijn over het doel. Wat zijn je ambities van ziekenhuis en van ons? Wat is de zorgvraag? En wat is dan de komende jaren nodig? Daarbij weten we dat de kosten voor de baten uitgaan, dus geven we net iets meer financiële ruimte. Dit gaat vaak hand in hand met meerjarencontracten, om het samen tot een succes te maken. 

Concurrentiemodel behouden

Maar in de verdere invulling zijn we als zorgverzekeraars toch echt wel concurrenten en maken we onze eigen keuzes. We moeten dus heel goed kijken naar hoe we hierin de zorgaanbieders zo efficiënt mogelijk tegemoet kunnen komen, maar we willen tegelijkertijd ook het concurrentiemodel behouden. Dat moeten we in balans brengen met elkaar. Niet door bijvoorbeeld te zeggen ‘We kopen allemaal Hartwacht in’, maar wel door samen te schetsen hoe het landschap er in de toekomst uit moet zien. Huisarts, wijkverpleging en ziekenhuis worden steeds beter verbonden met en via digitale zorg. Je krijgt dus andere zorgpaden, die tot een andere zorginfrastructuur leiden. Om de patiënt heen en over zorgsoorten heen. Daarin zul je een beetje uniformiteit moeten brengen. Anders blijf het beperkt tot een paar regio’s.”

Raamovereenkomst

De Kruif is te spreken over hoe de samenwerking met Zilveren Kruis tot nu toe gaat. “De verstandhouding was al niet slecht, maar is in de basis toch gegroeid”, zegt hij. “Ik ben daar heel enthousiast over. Sinds een jaar hebben we een raamovereenkomst. In die raamovereenkomst zijn kpi’s bepaald waarop we elkaar gaandeweg kunnen gaan aanspreken. Bijvoorbeeld: kunnen we onze COPD-patiënten, door het zorgpad hiervoor anders in te richten, per saldo en per patiënt beter én goedkoper bedienen? Daarvoor hebben we zorgverzekeraars nodig. Wij beschikken niet over alle relevante informatie. De zorgverzekeraar vaak ook niet volledig, maar toch meer dan wij. Wat we doen is samen optrekken en leren.” 

Spiegelinformatie

Zo ziet Fijneman het ook. “Je loopt echt samen op”, zegt ze. “Wij hebben data voor spiegelinformatie. Kennen de wensen van onze verzekerden. En we hebben goede mensen op allerlei gebieden die kunnen meedenken en van jullie kunnen leren. Dat geeft kruisbestuiving. Het geeft het project een ritmiek waarin je elkaar treft. Met zuiverheid van rol, maar wel echt samen. Niet dat we iedere 3 maanden langskomen: ‘Hé, we hebben je die transitiegelden gegeven en hoe staat het er nu mee?’  We gaan het gewoon samen doen. Soms gaat het goed, soms gaat het wat minder. Dan moeten we weer een oplossing vinden. Dat voelt als partnership en dat vind ik heel plezierig.”

Digitale zorg erbij

Partnership of niet, op enig moment moeten wel knopen worden doorgehakt. Fijneman: “Je ziet soms dat digitale zorg erbij komt in plaats van vervangt. Een digitaal consult en dan toch nog net zo vaak naar de specialist bijvoorbeeld. Daar moet je kritisch naar kijken. Ook naar de vraag welke kosten daarmee gemoeid zijn en hoe we dat samen aanpakken. We zien dat ziekenhuizen bijvoorbeeld de zorgpaden wel hebben aangepast, maar dat ze toch nog met heel veel vaste kosten zitten. Dan kun je misschien wel met digitalisering die vaste kosten een stukje uit je organisatie halen. Maar op een gegeven moment moet je een grotere transitie maken om iets aan die vaste kosten te doen. Het kan dus ook echt om verandering van inrichting gaan.”

Creativiteit slaat dood

Vragen waarmee De Kruif dagelijks worstelt, maar waarvoor hij ook geduld vraagt. “Gaan we in 2032 als het ziekenhuis in Nieuwegein is afgeschreven nieuw bouwen of bijbouwen in Utrecht? Welke zorg bieden wij in 2035-2050? Voor de langere termijn ligt voor de hand dat ziekenhuizen kleiner worden. Voor de korte termijn voelen we ons gezegend met de afspraken die we nu nog hebben. Maar laten we voor korte termijn nu niet meteen de grote transformatie gaan inzetten, bijvoorbeeld: 10% van het ziekenhuis afhalen. Dan wordt het chaos en slaat alle creativiteit dood. Voor de komende jaren kan de grootste winst juist zitten in het verlagen van de kosten in de keten. Relatief meer complexe zorg in huis hebben en houden. En aan de onderkant van het spectrum zorg overhevelen naar andere partijen.

2 doelstellingen

De Kruif vertelt verder: “Dus de strategie voor de komende 3-4 jaar zoals het St. Antonius die ziet, is liefst met behoud van de huidige omvang van het ziekenhuis 2 doelstellingen realiseren: 

 

  • De transformatie van zorg vormgeven, zoals de digitale transformatie en het aanscherpen van ons portfolio (meer focus op hoog-complexe zorg, vooral harten, longen en oncologie);
  • De voor onze regio bovengemiddelde zorgvraag opvangen. 


Dat is alles bij elkaar een flinke klus. Tot op heden loopt dat goed. Maar waar we over 10, 15 jaar staan als de digitale transformatie zijn beslag heeft gehad, dat is lastig te voorspellen. Wat zijn de gevolgen voor de monolieten die ziekenhuizen op dit moment vaak zijn? Ik heb ook in ggz-instellingen gewerkt en daar is het terugbrengen van klinische omvang soms gemakkelijker: 6 van de 30 gebouwen sluiten en verkopen gaat nog wel. Maar ons ziekenhuis in Nieuwegein voor de helft sluiten, heeft niet zoveel zin. Het is daarom belangrijk om ver vooruit te kijken en in samenspraak met onze partners te proberen een begaanbaar pad uit te stippelen, niet alleen voor de middellange termijn, maar ook voor een veronderstelde toekomst over 15 jaar en verder.”

Digitale backbone

De discussie voor nu gaat bijvoorbeeld ook over het ontwikkelen van wat De Kruif een ‘digitale backbone’ tussen de ziekenhuizen en andere zorgaanbieders noemt. “We moeten zeker groot denken en dat gaat langs 2 lijnen tegelijk: de regio en de samenwerking binnen Santeon. Met de omvang van Santeon en onze gelijkgerichtheid hebben we goede mogelijkheden om een substantiële bijdrage aan de ontwikkeling van de zorg in Nederland te bieden, gebaseerd op de principes van waardegedreven zorg. Zilveren Kruis zit daar ook met enige regelmaat aan tafel. Dat geeft de potentie om versnelling in de ontwikkeling te brengen. Ik vind het niet zo erg om daarbij een beetje te investeren op voorhand, als dan daarna ook maar snel een nieuwe betaaltitel komt die recht doet aan dat nieuwe product.” 

Samen optrekken

Herkenbaar voor Fijneman, die hierin ook een duidelijke opdracht ziet. “Je moet daarin samen optrekken”, zegt ze. “Je kunt er niet meer, zoals vroeger, 2 jaar over doen voordat je met een nieuwe declaratiecode komt. De vernieuwing heeft zo’n tempo dat je ook snel moet weten waar je aan toe bent. Ook de Nederlandse Zorgautoriteit speelt daarin een rol. Zo heeft Zilveren Kruis samen met het OLVG 6 nieuwe facultatieve prestaties mede mogelijk gemaakt:

 

  • Telemonitoring van hartritmestoornissen
  • Hypertensie
  • Hartfalen
  • Pijn op de borst
  • COPD
  • Astma. 
     

De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft de prestaties in oktober 2021 vastgesteld. Hiermee zijn ze ook voor andere ziekenhuizen beschikbaar.”

Geen medisch service centrum

Ze vervolgt: “Met wat in Santeon gebeurt zijn wij heel blij. We willen niet dat ieder ziekenhuis gaat investeren in een ‘verkeerstoren’, een medisch service centrum, want je weet dat dat op basis van volume nooit uit kan als  80 ziekenhuizen en oudereninstellingen dat allemaal zelf gaan doen. Heel fijn dus dat er al samenwerkingen zijn, zoals Santeon of over de as van de regio. Dat leidt tot kruisbestuivingen en is een mooie manier van samenwerken.”

Gun het tijd

De Kruif maakt wel een voorbehoud. “We gaan niet de lokale innovatiebehoefte stoppen om te wachten tot er op het grotere toneel eens wat gebeurt, want dat zijn vaak langdurige processen. Dit zijn afwegingen die we overigens in alle transparantie maken.” Fijneman begrijpt dat het zo werkt. “Je kunt niet in 1 keer iets heel goeds bouwen voor heel Nederland”, zegt ze. “Sommige initiatieven ontstaan via Santeon, sommige via de regio. Wij stimuleren dit ook en zeggen tegen andere partijen: ‘Het is al bedacht en maak er nu gebruik van’. En we spreken met VWS landelijk over de ICT-infrastructuur. We zijn op meerdere niveaus betrokken. Dat zie ik heel erg als onze rol. Niet om tegen Dirk te zeggen: ‘Je moet het zo doen’. We moeten het samen doen.”

Lees ook de 2 eerdere interviews in deze serie:

Digitale Zorg

Wil je meer informatie over Digitale Zorg? Word dan lid van de groep Digitale Zorg op Kennisnet. Leden van de NVZ kunnen lidmaatschap aanvragen van Kennisnet voor gedetailleerde inhoudelijke informatie over onder andere dit onderwerp.