Main content

Carina Hilders over levensloopgeneeskunde: “Geef preventie plek in spreekkamer”

Aan het woord

De juiste zorg op de juiste plek, en ook nog eens op het juiste moment. Die uitdaging is de kern van levensloopgeneeskunde. Het Reinier de Graaf Gasthuis in Delft is een voorloper op dit gebied. Bestuursdirecteur en gynaecoloog Carina Hilders legt uit wat ze onder levensloopgeneeskunde verstaat en waarom dit zo belangrijk is in haar ziekenhuis. “We willen te gast zijn in het leven van onze patiënten en dat betekent ook dat we een stapje terug moeten doen.”

Wat betekent levensloopgeneeskunde voor jullie ziekenhuis?

 “Levensloopgeneeskunde houdt in dat we ons steeds meer bewust willen zijn van het feit dat we de juiste zorg op het juiste moment leveren in iemands leven. Dat heeft te maken met het feit dat gebeurtenissen in iemands gezondheid ook effect kunnen hebben op latere leeftijd. Een baby met een laag geboortegewicht heeft bijvoorbeeld een verhoogde kans om op latere leeftijd hart- en vaatziekten of diabetes te ontwikkelen. Dat willen we in de spreekkamer veel meer een plek geven, zodat we ook vanuit preventie beter kunnen anticiperen op iemands gezondheid en de ontwikkeling daarvan in het verdere leven. Bij passende zorg en de juiste zorg op de juiste plek, werk je echt samen in een netwerk. Maar dan ook nog die zorg op het juiste moment leveren: dat is echt waarop wij onze focus steeds meer willen leggen.”

Hoe willen jullie die levensloopgeneeskunde inbedden in het Reinier de Graaf?

“Als ziekenhuis verdiepen we ons steeds meer in wat de waarde is voor de patiënt in zijn of haar leven en hoe we daar als ziekenhuisorganisatie in kunnen bijdragen. Als Reinier de Graaf Gasthuis willen we te gast zijn in het leven van onze mensen in de regio en dat betekent ook dat we daarin een stapje terugdoen. Patiënten moeten zelf zorgen dat ze langer gezond blijven. We moeten veel meer samenwerken met andere partners in de regio om dat voor elkaar te krijgen. Dat is dus niet alleen die operatie plannen of dat pilletje voorschrijven, maar veel breder dan dat. Dat gaat over eenzaamheid, schuldsanering of woningnood: allerlei aspecten die van invloed zijn op iemands gezondheid. Ik ben ervan overtuigd dat dat soort domeinen ook in de spreekkamer z’n entree moet krijgen, omdat dat ook bepalend is voor iemands gezondheid en hoe we de juiste zorg kunnen leveren aan degene die tegenover ons zit.”

Dat brengt vast veranderingen voor zorgprofessionals met zich mee…

“Dat klopt. Ik denk dat elke arts ‘Ho’ zegt als je hem of haar vertelt dat hij naar dingen als schuldsanering moet vragen. Je hebt maar 10 minuten per patiënt, dat is heel weinig. Maar de bewustwording dat er andere problematiek ten grondslag kan liggen aan de klachten van een patiënt, dat is denk ik wél belangrijk. Het kan bijvoorbeeld betekenen dat je soms moet afzien van behandeling en dat zijn we als professionals soms nog niet gewend. Dat komt wel steeds meer, met gedeelde besluitvorming bijvoorbeeld. Dat is heel goed. Maar we zien ook dat de professional nog best wel moet leren: hoe doen we dat dan? We doen bij de eerste consulten de anamnese, maar verbinden daar nog niet altijd consequenties aan. We informeren de patiënt niet over die levensloop en dat is denk ik wel essentieel. Geef preventie in de spreekkamer een rol en praat over gezondheid en gedrag en over preventie in de ziekenhuiszorg.”

Kunt u een voorbeeld geven waaruit blijkt dat levensloopgeneeskunde zo belangrijk is in jullie ziekenhuis?

“Een gezonde start van het leven is essentieel bij levensloopgeneeskunde. Daarbij kijken we naar hoe we een zwangerschap zo gezond mogelijk kunnen houden. We informeren zwangeren over niet roken en afvallen, kortom gezond leven tijdens je zwangerschap. Dat begint eigenlijk al voor de conceptie. Daarin proberen we ook mensen met een lage sociaaleconomische status te bereiken. Als iemand gezond geboren wordt, met een gezond geboortegewicht, waarbij de moeder niet gerookt heeft en gezond heeft gegeten, dan heb je gewoon veel meer kans om op langere termijn gezond te blijven. Een ander voorbeeld is een samenwerking met Albert Heijn, waarbij we kijken hoe we betere voeding kunnen bieden aan kwetsbare ouderen. Of eiwitrijke voeding voor patiënten met kanker, waardoor iemand langer gezond blijft of gezonder het ziekenhuis inkomt of uitgaat. Je denkt dus veel meer vanuit de keten. De sleutelwoorden voor levensloopgeneeskunde zijn zorg in het netwerk, en preventie.” 

Met welke partners werken jullie zoal samen?

 “Een intensieve samenwerking met de eerstelijns verloskundigen is heel belangrijk als het gaat om een gezonde start van het leven. En als we kijken naar de ouderenzorg is de samenwerking met de VVT van belang om te anticiperen op problematiek die zich gaat voordoen, zodat iemand niet ziek of nog zieker wordt. De GGZ is ook een hele belangrijke partner. Daar ligt een belangrijke uitdaging voor het zorglandschap om de zorg te kunnen blijven leveren. Verder is er nog maatschappelijk werk en zijn huisartsen de essentiële schakel als het gaat om preventie en gezond blijven. En tot slot de gemeente en zorgverzekeraars. Die laatste is heel belangrijk. Zorgverzekeraars denken vaak dat zorg goedkoper wordt door juiste zorg op de juiste plek, maar dat is niet altijd zo. Chemotherapie thuis is duurder dan in het ziekenhuis, om een voorbeeld te noemen. Het is heel belangrijk om de zorgverzekeraar aan tafel te zetten, om te zeggen dat we met elkaar wel die transitie in willen van juiste zorg op de juiste plek, maar daar ook het inzicht genereren wat dat dan betekent voor de patiënt.”

Kunt u een voorbeeld geven van de route van een patiënt vanaf de huisarts of verwijzer naar Reinier de Graaf?

“Die route is niet anders dan gangbaar is, maar we hebben wel een intensief contact met de huisartsen. Nu wij ons bezighouden met die levensloop, merken we dat huisartsen denken: die preventie is van ons. Het is dus heel belangrijk om hen goed mee te krijgen hierin en dat we ook zeggen: preventie blijft ook van jullie, want we gaan echt geen dingen doen in het ziekenhuis die in de eerste lijn kunnen blijven. Daar zijn we juist heel erg op gericht. Maar het is ook goed om te merken dat bij ingewikkeldere preventie, zoals diabetespatiënten of patiënten met overgewicht die zwanger willen worden, de juiste zorg te kunnen blijven leveren. Dan is het goed dat je een nauwe band hebt met het ziekenhuis, zodat je op een goede manier kunt samenwerken. Het delen van gegevens is dan belangrijk. Maar het gaat nog wel met een klassieke verwijzing naar het ziekenhuis.” 

Hoe blijft de informatie van problemen en situaties in de vroege jeugd beschikbaar? Hoe houd je die informatie een heel leven bij?

“Ik heb de overtuiging dat het met de digitalisering en de stappen die we daarin maken goed mogelijk is om die informatie te bewaren. Je wil nooit meer terug naar de tijd, en dat is nog niet eens zo lang geleden, dat we allemaal papieren statussen hadden. Als je poli ging doen, waren er misschien wel 5 mensen aan het zoeken naar de statussen en die lagen dan klaar op je bureau. Daar ging enorm veel mankracht en tijd in zitten. Ik ben blij dat we helemaal gedigitaliseerd zijn. De uitdaging ligt er wel in dat we nog beter de informatie moeten delen met de regiopartner. Dat is best een weerbarstig domein met de AVG en de stringente regels daarin, waardoor dat nog steeds moeilijk is. Het heeft denk ik 7 jaar geduurd voor we in de geboortezorg eindelijk de digitale gegevens met de eerste lijn konden delen. Dat zou echt anders moeten.”

Wat zou de overheid meer kunnen doen om dit alles te stimuleren?

“Er is een belangrijke rol weggelegd voor VWS om die digitalisering meer aan te jagen. Dat maakt dat je veel makkelijker kunt schakelen in iemands levensloop, maar ook in het delen van informatie naar verschillende partners. Verder praat de nieuwe minister van VWS veel over centraliseren, concentreren en hooggespecialiseerde zorg. Dat is prima, dat moet ook gebeuren, en ik begrijp waarom hij het zegt. Maar het gevaar schuilt dat je te veel gaat centraliseren en concentreren, waardoor je juist die kracht verliest in de samenwerking van de optimalisatie van iemands gezondheid. Ik hoop dat we die regionale samenwerking met zorgpartners koesteren. Het overgrote deel gaat over care, ondersteuning, gezond blijven en daar is ons zorgstelsel niet op ingezet. De kosten in de zorg worden altijd gericht op de cure. Maar de gezondheid gaat over het algemeen over iets wat zich niet in die ziekenhuizen afspeelt. Hoe gezond is iemand in z’n leven? Hoe kun je preventie toepassen en iemand gezond houden? Hoe kun je samenwerken in de regio? Dat zijn veel belangrijkere items in iemands leven dan 1 keer een operatie. Die bewustwording moeten we veel meer krijgen.” 

Wat gaat de patiënt merken van jullie nieuwe werkwijze?

“De patiënt gaat merken dat hij veel meer geholpen is, niet alleen vanwege z’n lichamelijke klachten, maar dat er ook veel meer begrip is voor: hoe voel ik mij? Met deze gezondheid, met deze gezondheidsklachten. En ook daar de bewustwording creëren: hoe blijf ik langer gezond. We willen de patiënt meer in de regie zetten, dat hij veel bewuster met gezondheid en gedrag omgaat. Dat gaat over voeding, bewegen, maar ook over financiële problematiek en dat soort zaken. Dat klinkt als veel, maar ik denk als we met elkaar goed samenwerken en de problemen goed definiëren voor iemand, dan kunnen we iemand veel gerichter helpen met de problematiek die voor ligt. Dat zijn we ons vaak nog niet zo bewust.” 

En de medewerkers?

“We willen de levensloopgeneeskunde ook op onze medewerkers betrekken en hen zo gezond mogelijk houden. We ondersteunen hen op het gebied van vitaliteit. Denk aan loopbaanontwikkeling: een jonge vrouw met jonge kinderen thuis en een partner die vaak naar het buitenland moet voor werk, ga je bijvoorbeeld niet verplichten om 3 nachtdiensten per week te draaien. Hetzelfde geldt voor een medewerker op leeftijd voor wie nachtdiensten te vermoeiend zijn. Ook geven we workshops over beweging en vitaliteit. We hebben een speciale vitaliteitswebsite voor medewerkers waarbij ze kunnen inloggen op hun eigen profiel. Daarop krijgen ze gericht persoonlijk advies. En onlangs hebben we meditatiesessies gelanceerd, waaraan medewerkers elke avond een halfuur online kunnen meedoen als ze willen. Dat is belangrijk in gezondheid en gedrag: af en toe ook je rustmomenten nemen.” 

Als we kijken naar de toekomst: wat zijn dan de vervolgstappen voor jullie zelf én de zorg in Nederland? 

“Levensloopgeneeskunde krijgt hopelijk steeds meer een plek in de gezondheidszorg in brede zin en daarin willen we een goed voorbeeld zijn voor anderen. Het moet in het Reinier de Graaf als vanzelfsprekend in die spreekkamer gaan landen. En ik hoop dat we als professionals ondanks alle uitdagingen nog steeds blij worden van het leveren van de meest optimale zorg aan die patiënten, door ook die verbreding in de zorg te vinden. In samenwerking met andere partners, maar ook in niet alleen dat pilletje voorschrijven, maar ook de patiënt ondersteunen op andere vlakken. Zodat dat ook onderdeel wordt van het medisch handelen.”

Staatssecretaris Maarten van Ooijen van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) bevestigde vorige week in een brief het belang van preventie in de gezondheidszorg. In een brief schetst de staatssecretaris de hoofdlijnen op het gebied van preventie. 

Preventie

Wil je meer informatie over Preventie? Word dan lid van de werkgroepen over preventie op Kennisnet. Leden van NVZ kunnen lidmaatschap aanvragen van Kennisnet voor gedetailleerde inhoudelijke informatie over onder andere dit onderwerp.